Afbeelding door: Lot Benjamins

Iedereen is uniek. Wie jij bent wordt bepaald door heel veel verschillende dingen, zoals je gender, seksualiteit, uiterlijk, cultuur, opleiding en nog veel meer. Daardoor maak je onderdeel uit van heel veel verschillende groepen tegelijkertijd. Zo bepalen deze kenmerken voor een belangrijk deel ook jouw ‘plekje’, jouw ervaringen en kansen in de maatschappij.

De samenleving bevordert sommige groepen mensen en benadeelt andere groepen mensen. Deze ongelijkheid komt door de manier waarop de samenleving is ingericht. Die inrichting is ontstaan doordat eeuwenlang vooral rijke, witte, heteroseksuele, cisgender* mannen de samenleving hebben gedomineerd. Mensen met deze kenmerken zaten letterlijk en figuurlijk in de beste posities om macht uit te oefenen. Honderd jaar geleden hadden vrouwen bijvoorbeeld nog niet eens stemrecht. Nog steeds zijn veel groepen ondervertegenwoordigd in de politiek en in andere machtige functies. Daardoor is de samenleving nog steeds het beste ingericht voor de dominante groep, die de meeste macht en kansen in deze maatschappij heeft.
En andere mensen ervaren dus structureel vaker obstakels of ‘drempels’ om dezelfde dingen te bereiken.

De kenmerken van de dominante groep bepalen ook wat wordt gezien als ‘normaal’ en dus wat de norm is. Alles wat afwijkt van de norm, wordt als afwijkend of zelfs minderwaardig gezien, vaak onbewust. Vooroordelen en ideeën over wat normaal is en wat niet zit namelijk vaak diep in de samenleving en in onze hoofden genesteld. Daar gedragen we ons naar en dat versterkt die ideeën weer. Deze ideeën leiden dus tot uitsluiting en discriminatie op basis van ‘afwijkende’ kenmerken. Dat versterkt de ongelijkheid tussen groepen met een dominante machtspositie en groepen met een ondergeschikte machtspositie.

Discriminatie en ongelijkheid komt op veel verschillende vlakken voor: huidskleur, gender, seksualiteit, lichamelijke beperking, klasse, enzovoort. Dat blijkt niet alleen uit ervaringen van mensen, maar dat zie je ook terug in de cijfers uit onderzoek. Zo blijkt dat mensen van kleur structureel gediscrimineerd worden op de arbeidsmarkt. En kinderen met een migratieachtergrond krijgen structureel een te laag schooladvies. Ook nemen de incidenten van geweld tegen homoseksuele mensen en meldingen van seksuele intimidatie toe.

De ervaringen van mensen met discriminatie en ongelijkheid zijn niet allemaal hetzelfde. Ervaringen worden niet alleen bepaald door discriminatie of privilege op één vlak, maar vaak door een combinatie van verschillende vlakken. De ervaring van een rijke, witte, heteroseksuele vrouw is bijvoorbeeld heel anders dan van een vrouw die arm, zwart of lesbisch is. En de ervaringen van een zwarte, heteroseksuele vrouw zijn weer heel anders dan van een zwarte, homoseksuele man. Je zou ook kunnen zeggen: iedereen heeft een veelzijdige identiteit. Je bent meer dan alleen je gender, huidskleur, seksualiteit enzovoort. Al die kanten van jou maken wie jij bent en welke unieke ervaringen en kansen jij hebt in deze wereld.

Ongelijkheid is onrechtvaardig: niemand zou gediscrimineerd moeten worden vanwege wie diegene is. Om ongelijkheid in de wereld tegen te gaan, is het dus belangrijk om te beseffen dat verschillende vormen van ongelijkheid met elkaar samenhangen. Professor Kimberlé Crenshaw bedacht daar in 1989 een term voor: intersectionaliteit. In het Nederlands wordt soms de term kruispuntdenken gebruikt.

Professor Crenshaw kwam op de theorie door het verhaal van een zwarte vrouw genaamd Emma. Emma had gesolliciteerd bij een bedrijf, maar was niet aangenomen. Zij geloofde dat ze werd gediscrimineerd omdat ze een zwarte vrouw was. Daarom ging ze naar de rechter. De rechter oordeelde echter dat er geen sprake was van discriminatie op basis van ras of gender: het bedrijf had immers zwarte mensen én vrouwen in dienst. Alle zwarte mensen in dienst waren echter man en alle vrouwen in dienst waren wit. Voor Emma geldt dat er sprake was van dubbele discriminatie, maar voor dat probleem bestond nog geen term.

De theorie van intersectionaliteit stelt dat maatschappelijke ongelijkheid plaatsvindt langs verschillende ‘assen’ die met elkaar kruisen of elkaar snijden. Deze assen gaan over individuele kenmerken zoals ras, gender en klasse. Discriminatie op basis van deze kenmerken geven we aan met racisme, seksisme, classicisme, enzovoort. Deze vormen van discriminatie hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar. De combinatie van al deze kruispunten bepalen de ervaringen van een individu met discriminatie en onderdrukking. Om ongelijkheid te begrijpen, moeten we dus die samenhang bestuderen.

Intersectionaliteit is dus een hulpmiddel om te begrijpen hoe vormen van discriminatie met elkaar samenhangen en zo verschillende uitkomsten in ongelijkheid en ervaringen hebben. Het is niet bedoeld om uit te rekenen hoeveel discriminatie een bepaald individu ervaart. Of om de ‘uitkomsten’ van jouw leven te voorspellen. Dat hangt namelijk van te veel verschillende factoren af.

Hoewel de term al in 1989 is bedacht, is er pas sinds de laatste jaren veel aandacht voor. Zo wordt er nu vaak gesproken over ‘intersectioneel feminisme’. De afgelopen decennia is er veel bereikt op het gebied van gendergelijkheid. Maar dat geldt vooral voor rijkere, witte, hoogopgeleide en heteroseksuele vrouwen. Intersectioneel feminisme erkent dat het feminisme pas geslaagd is als gelijkheid voor alle groepen mensen bereikt is.

De theorie van intersectionaliteit kun je eigenlijk overal toepassen. Door met een intersectionele blik naar de wereld te kijken, kunnen we pas echt zorgen voor meer gelijkheid. Als je veel verschillende soorten mensen bij elkaar brengt, moet je ervoor zorgen dat je een omgeving creëert waar iedereen ongeacht diens achtergrond zich prettig voelt. Dat geldt voor alle plekken waar mensen samenkomen: kleine bijeenkomsten, op scholen, op je werk en zelfs in de samenleving als geheel. We spreken dan van een inclusieve samenleving.

Met een intersectionele blik kan de overheid kan zorgen voor een inclusievere samenleving. Daarvoor moet de overheid kijken naar de manier waarop haar beleid verschillende groepen mensen op een verschillende manier raakt. Een goed voorbeeld is klimaatbeleid. Dan spreken we ook wel van klimaatrechtvaardigheid. Wereldwijd worden sommige groepen mensen, zoals arme mensen en mensen van kleur, onevenredig hard geraakt door de gevolgen van klimaatverandering én klimaatbeleid. Om ervoor te zorgen dat we de klimaatcrisis op een rechtvaardige manier oplossen, moeten we onze intersectionele bril opzetten. Zo zorgen we ervoor dat niemand dubbel zo hard geraakt wordt. Dat is wel zo eerlijk.

*Cisgender = iemand bij wie de genderidentiteit overeenkomt met het geboortegeslacht