Schoolsucces wordt niet alleen bepaald door de talenten en capaciteiten van een kind. In het onderwijs is de kansenongelijkheid enorm. In onder andere de documentaireserie Klassen wordt dit ook voor het grote publiek pijnlijk in kaart gebracht. Het is schrijnend om te zien dat vanuit de wieg al wordt bepaald waar een kind uiteindelijk terechtkomt. Verschillende factoren spelen hierbij een rol, zoals het opleidings- en taalniveau van de ouders en de buurt waar het kind opgroeit.

Het bewustzijn over dit probleem lijkt de laatste jaren te groeien waardoor vele mooie initiatieven tot stand komen, zoals de VoorleesExpress. Hierin wordt aan de taalachterstand van kinderen gewerkt door middel van voorlezen. Ook lijken er politici, waaronder Marjolijn Moorman, vol passie op zoek te zijn naar meerdere verklaringen van en oplossingen voor deze kansenongelijkheid. Ligt het aan het schooladvies dat al op 11-jarige leeftijd wordt gegeven? Kan het verklaard worden vanuit onbewuste vooroordelen van leerkrachten? Zo’n groot probleem vergt een aanpak op verschillende niveaus.

Zelf werk ik met veel plezier als kinderpsycholoog bij een organisatie die zich inzet voor kinderen die door verschillende redenen vastlopen op school. Veel van het werk wat wij doen wordt vergoed, waarbij school vaak de aanmelder is. Ook ouders melden zich regelmatig via de huisarts aan voor breed onderzoek naar de ontwikkeling van hun kind. Door middel van het afnemen van verschillende cognitieve taken en sociaal-emotionele testen kunnen wij goed in kaart brengen wat de sterke kanten zijn van een kind en waar mogelijk een verklaring ligt voor het vastlopen op school. Daarbij nemen wij ook intelligentie onderzoeken af wanneer er bij het kind vermoedens zijn van overvraging of ondervraging in de klas. 

Echter, voor een klein deel doen wij ook onderzoek wat volledig bekostigd wordt door ouders. Vrijwel altijd gaat het dan om second opinions. Dit houdt in dat ouders zich niet kunnen vinden in het schooladvies dat de leerkracht heeft gegeven voor de middelbare school. Wij geven een eigen schooladvies op basis van het intelligentieonderzoek en er kan een uitgebreide analyse worden gemaakt van de capaciteiten van een kind. De daadwerkelijke potentie van een kind wordt op deze manier zo objectief mogelijk gemeten. Niet altijd, maar regelmatig is ons schooladvies wat hoger dan het gegeven schooladvies van school. Dit kan komen door een onderschatting van een leerkracht. Vaak wordt ook gezien dat het kind onderpresteert op de tussentijdse CITO toetsen, door bijvoorbeeld moeite met concentratie of faalangst. Ouders kunnen hiermee dan in gesprek gaan met de leerkracht, waardoor het schooladvies kan worden bijgesteld.

Ondanks dat dit een klein onderdeel is van onze werkzaamheden, houdt het mij wel bezig. Aangezien deze vormen van onderzoeken namelijk niet ‘noodzakelijk’ zijn, worden deze dus ook niet vergoed. Af en toe krijg ik dus ook de vraag vanuit mijn omgeving: ‘Draag je met zo’n second opinion dan niet bij aan de kansenongelijkheid?’. Ik begrijp deze vraag volledig. Ouders betalen er flink voor en dit is natuurlijk niet voor ieder gezin weggelegd. Ik snap wel dat ouders die deze mogelijkheid hebben hier gebruik van maken. De (meeste) ouders willen het beste voor hun kind en zien hierin een weg om hen te helpen op het juiste schoolniveau te komen. Ik zie mezelf hetzelfde doen wanneer ik later het idee heb dat mijn kind niet het juiste advies krijgt. Maar ergens knaagt het natuurlijk wel. Naast dat deze ouders het kunnen betalen, zijn deze ouders ook op de hoogte van dat het verkrijgen van een second opinion überhaupt een optie is. Daarbij is de dienst die wij aanbieden een gevolg van het huidige schoolsysteem. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om serieus na te denken over langetermijnoplossingen voor belangrijke grondoorzaken van kansenongelijkheid, zoals economische ongelijkheid. Door mijn werk zie ik waar de knelpunten zitten en vind ik het van heel groot belang dat er nu écht actie wordt ondernomen.  

Tot die tijd lijkt het mij veel eerlijker als een second opinion voor iedereen beschikbaar zou zijn. Dit kan alleen als er voor elk gezin waar getwijfeld wordt aan het gekregen advies van een kind de mogelijkheid is om het onderzoek te vergoeden. De school zou dit kunnen verzorgen. Dit gebeurt bijvoorbeeld al bij de VoorleesExpress. Door de taalbarrière kan het lastig zijn voor gezinnen om zelf bij dit soort organisaties uit te komen. Daarnaast moeten ouders via de school over de mogelijkheid van second opinions worden ingelicht, zodat het mogelijk is voor ouders om zelf hun kind aan te melden als ze het idee hebben dat de school hier tekortschiet. Beide routes moeten worden vergoed. Op deze manier kan los van de achtergrond, buurt en opleidingsniveau van ouders gekeken worden naar de talenten van het kind.

Deze column is geschreven door Eline Erdmann, Psycholoog Kind & Jeugd bij De Testpsycholoog