Toen ik als 18-jarige lid werd van de vakbond, wist ik nog niet waarom het zo belangrijk is om hier als jonge vrouw bij aangesloten te zijn. Twee jaar later inmiddels weet ik: de vakbond is een feministische kwestie. Vanaf het moment dat vakbonden werden opgericht, zijn ze enorm belangrijk geweest voor de emancipatie van alle werkende mensen. Maar helaas zijn de afgelopen dertig jaar steeds minder mensen lid geworden van de vakbond. Wie wordt hierdoor geraakt? Iedereen, maar de witte cis hetero man het minst.

Een kleine geschiedenisles

De vakbond is een organisatie die de rechten van werknemers beschermt en verbetert, maar het is ook een beweging van miljoenen mensen die staan voor vooruitgang. De eerste vakbonden ontstonden tijdens de Industriële Revolutie. In 1894 werd de eerste moderne socialistische bond in Nederland opgericht door een fusie van vier bonden die een succesvolle staking voor loonsverhoging hadden gewonnen: de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB).

In Engeland steeg het aantal vrouwelijke vakbondsleden van 37 duizend in 1886 naar 358 duizend in 1914. In Parijs zorgden vakbondsvrouwen in 1871 voor de eerste basis van de Franse verzorgingsstaat, wat onlosmakelijk verbonden was met de rechten van werknemers. In 1890 in Duitsland verschijnt Clara Zetkin’s politieke publicatie “De Gelijkheid”, dat pleit voor stemrecht, geen discriminatie van vrouwen, politieke participatie, gratis onderwijs, afschaffing van avondwerk, een 8-urige werkdag en het verbieden van kinderarbeid. Kopenhagen was in 1910 het toneel voor de Tweede Conferentie van Socialistische vrouwen, waar mensen van 17 verschillende landen samen kwamen. Hier werd voor het eerst Internationale Vrouwendag uitgeroepen. Later werd besloten dat Internationale Vrouwendag op 8 maart moest plaatsvinden, vanwege de Februarirevolutie die in 1917 in Rusland uitbrak. De eerste jaren van de Russische Revolutie waren baanbrekend voor het proces van vrouwenemancipatie. Er is geen andere historische gebeurtenis die vrouwen zoveel vrijheid, waardigheid, volledige burgerschap en invloed gaf.

De vakbond en emancipatie vandaag

De vakbond strijdt voor veel zaken die essentieel zijn voor gelijkheid, zoals het dichten van de loonkloof en een goed minimumloon. Een onderzoek uit Amerika (National Women’s Law Center) toonde aan dat de loonkloof bij sectoren met veel vakbondsleden kleiner was dan bij sectoren met weinig vakbondsleden. De FNV, de grootste vakbond in Nederland, voert nu een campagne #Voor14 om het minimumloon te verhogen naar 14 euro. Juist de loonkloof zorgt ervoor dat vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen vaker het minimumloon betaald krijgen.

Ook verhoogt de vakbond de toegang tot gezondheid en zorg. Zo pleit de vakbond ten alle tijden dat werkomstandigheden niet schadelijk mogen zijn voor de gezondheid. Maar net zo belangrijk: voortplantingsrechten. Dankzij de vakbond is er zwangerschapsverlof en verschillende rechten die je als zwanger persoon mag eisen. De crux in Nederland blijft dat mannen maar vijf dagen zwangerschapsverlof op mogen vragen. We hebben nog een weg te gaan, maar als de vakbond niet blijft strijden, wie wel?

Een 40-urige werkweek, vakantiedagen, betaald ziek zijn, parttime werken, ouderschapsverlof, weekend, pauzes. Zonder vakbond zouden al deze dingen niet bestaan. Juist deze rechten zijn belangrijk geweest voor vrouwen om ook toe te treden tot de betaalde arbeidsmarkt. Maar het is nog niet genoeg. Een kortere werkweek voor iedereen zou zorgen voor een eerlijkere verdeling van ouderschapstaken tussen mannen en vrouwen, tijd voor sport, hobby en familie en het verbeteren van de levenskwaliteit. Ook zorgt de kortere werkweek voor meer banen, omdat iedereen wat minder tijd gaat werken. Daarnaast zou de arbeidsmarkt toegankelijker worden voor iedereen die niet 40 uur per week kan werken. Met 20-30 uur werken per week zou iedereen rond moeten komen.

Elk jaar sluit de vakbond een contract met werkgevers: een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Dit is een schriftelijke overeenkomst waarin arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd tussen werkgever(s) en werknemers. Als een sector veel vakbondsleden heeft, kan de vakbond heel veel afdwingen in een cao. In de laatste jaren zie je dat er veel herrie wordt gemaakt door o.a. de schoonmaaksector, onderwijsbond en zorgsector zijn. Dit zijn sectoren die grotendeels bestaan uit vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen. Doordat deze sectoren campagne voeren, zich organiseren op de werkvloer en media aandacht trekken kan de vakbond in de cao onderhandelingen zeggen: “Kijk, zoveel van jullie werknemers willen dit!” Lid zijn van de vakbond is dus geen luxe, maar een noodzaak.

De vakbond blijft ontwikkelen

De vakbond is nog niet altijd even inclusief en geweldig. Om ervoor te zorgen dat de vakbond zich blijft ontwikkelen, moet er nog veel gebeuren. Op dit moment vergrijst de vakbond heel snel. Al tientallen jaren worden veel mensen niet meer lid en dat is te merken. De feministische groep binnen de vakbond is vaak van middelbare leeftijd en er ontbreekt een groep jonge feministen om mee samen te werken. Om je als jonge feminist aan te sluiten bij deze groep zogenaamde ‘derde golf feministen’ is niet aantrekkelijk. Jonge feministen dragen een intersectionele bril waarmee ze de wereld inkijken. Een vakbond kan niet blijven bestaan als jongeren met vernieuwende ideeën en frisse blikken niet meedenken.

Door jongeren is de rol van de vakbond langzaam aan het veranderen. De vakbond heeft in de jaren na de oorlog de rol vervuld bij het sluiten van deals, het helpen oplossen van conflicten op de werkvloer en het verenigen van mensen. Maar deze rollen sluiten niet meer aan bij de behoeften van jongeren die beginnen aan hun werkende leven. Jongeren snakken naar systeemverandering, en langzaam maar zeker begint de vakbond te zien dat ook zijzelf moet veranderen.

Jongeren komen met heel veel onzekerheid op de arbeidsmarkt terecht. De klimaatcrisis, coronacrisis, woningmarktcrisis en de flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn grote zorgen. De vakbond kan niet strijden voor jongeren en hun idealen als jongeren niet lid zijn. Maar als jongeren wel lid zijn zie je dat de vakbond veel voor hen kan betekenen. Een paar jaar terug hebben jongeren in de vakbond ervoor gezorgd dat het minimumjeugdloon van 23 jaar naar 21 jaar ging. En op dit moment vechten de jongeren van de FNV samen met de Landelijke Studentenbond voor schuldenvrij studeren met de campagne #NietMijnSchuld. Allemaal terwijl de jongerentak van de FNV echt één van de kleinste fracties in de organisatie is.

De jongerencommunity FNV Young & United werkt niet alleen aan het lid maken van jongeren, maar zorgt er ook voor dat jongeren belangrijke posities innemen binnen de vakbond. Twee jaar geleden was ik de enige vrouw die kandidaat was voor het jongerenbestuur en slechts 1 van de 2 vrouwen in het actieve kader. Dit jaar zijn dat er heel veel meer en daardoor verandert ook het narratief.

Er zijn tientallen feministische vakbondsvrouwen de weg voorgegaan. Het is tijd dat een nieuwe generatie feministen invloed gaan uitoefenen op de koers van de vakbond. Dat is noodzakelijk om de komende jaren de basis te leggen voor een toekomst waar intersectionaliteit de kern van is. Beleid door en voor vrouwen begint bij actief meedoen.

Je kan lid worden van de FNV via https://www.youngandunited.nl/lidworden#/

Als lid kun je actief meedenken over het beleid, meedoen in de campagnes die wij voeren en trainingen volgen!

Geschreven door Alina Danii Bijl (20), Secretaris FNV Young & United en Women’s March Nederland lead organizer.