Kansenongelijkheid in het onderwijs: het belang van toegankelijke second opinions

Kansenongelijkheid in het onderwijs: het belang van toegankelijke second opinions

Schoolsucces wordt niet alleen bepaald door de talenten en capaciteiten van een kind. In het onderwijs is de kansenongelijkheid enorm. In onder andere de documentaireserie Klassen wordt dit ook voor het grote publiek pijnlijk in kaart gebracht. Het is schrijnend om te zien dat vanuit de wieg al wordt bepaald waar een kind uiteindelijk terechtkomt. Verschillende factoren spelen hierbij een rol, zoals het opleidings- en taalniveau van de ouders en de buurt waar het kind opgroeit.

Het bewustzijn over dit probleem lijkt de laatste jaren te groeien waardoor vele mooie initiatieven tot stand komen, zoals de VoorleesExpress. Hierin wordt aan de taalachterstand van kinderen gewerkt door middel van voorlezen. Ook lijken er politici, waaronder Marjolijn Moorman, vol passie op zoek te zijn naar meerdere verklaringen van en oplossingen voor deze kansenongelijkheid. Ligt het aan het schooladvies dat al op 11-jarige leeftijd wordt gegeven? Kan het verklaard worden vanuit onbewuste vooroordelen van leerkrachten? Zo’n groot probleem vergt een aanpak op verschillende niveaus.

Zelf werk ik met veel plezier als kinderpsycholoog bij een organisatie die zich inzet voor kinderen die door verschillende redenen vastlopen op school. Veel van het werk wat wij doen wordt vergoed, waarbij school vaak de aanmelder is. Ook ouders melden zich regelmatig via de huisarts aan voor breed onderzoek naar de ontwikkeling van hun kind. Door middel van het afnemen van verschillende cognitieve taken en sociaal-emotionele testen kunnen wij goed in kaart brengen wat de sterke kanten zijn van een kind en waar mogelijk een verklaring ligt voor het vastlopen op school. Daarbij nemen wij ook intelligentie onderzoeken af wanneer er bij het kind vermoedens zijn van overvraging of ondervraging in de klas. 

Echter, voor een klein deel doen wij ook onderzoek wat volledig bekostigd wordt door ouders. Vrijwel altijd gaat het dan om second opinions. Dit houdt in dat ouders zich niet kunnen vinden in het schooladvies dat de leerkracht heeft gegeven voor de middelbare school. Wij geven een eigen schooladvies op basis van het intelligentieonderzoek en er kan een uitgebreide analyse worden gemaakt van de capaciteiten van een kind. De daadwerkelijke potentie van een kind wordt op deze manier zo objectief mogelijk gemeten. Niet altijd, maar regelmatig is ons schooladvies wat hoger dan het gegeven schooladvies van school. Dit kan komen door een onderschatting van een leerkracht. Vaak wordt ook gezien dat het kind onderpresteert op de tussentijdse CITO toetsen, door bijvoorbeeld moeite met concentratie of faalangst. Ouders kunnen hiermee dan in gesprek gaan met de leerkracht, waardoor het schooladvies kan worden bijgesteld.

Ondanks dat dit een klein onderdeel is van onze werkzaamheden, houdt het mij wel bezig. Aangezien deze vormen van onderzoeken namelijk niet ‘noodzakelijk’ zijn, worden deze dus ook niet vergoed. Af en toe krijg ik dus ook de vraag vanuit mijn omgeving: ‘Draag je met zo’n second opinion dan niet bij aan de kansenongelijkheid?’. Ik begrijp deze vraag volledig. Ouders betalen er flink voor en dit is natuurlijk niet voor ieder gezin weggelegd. Ik snap wel dat ouders die deze mogelijkheid hebben hier gebruik van maken. De (meeste) ouders willen het beste voor hun kind en zien hierin een weg om hen te helpen op het juiste schoolniveau te komen. Ik zie mezelf hetzelfde doen wanneer ik later het idee heb dat mijn kind niet het juiste advies krijgt. Maar ergens knaagt het natuurlijk wel. Naast dat deze ouders het kunnen betalen, zijn deze ouders ook op de hoogte van dat het verkrijgen van een second opinion überhaupt een optie is. Daarbij is de dienst die wij aanbieden een gevolg van het huidige schoolsysteem. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om serieus na te denken over langetermijnoplossingen voor belangrijke grondoorzaken van kansenongelijkheid, zoals economische ongelijkheid. Door mijn werk zie ik waar de knelpunten zitten en vind ik het van heel groot belang dat er nu écht actie wordt ondernomen.  

Tot die tijd lijkt het mij veel eerlijker als een second opinion voor iedereen beschikbaar zou zijn. Dit kan alleen als er voor elk gezin waar getwijfeld wordt aan het gekregen advies van een kind de mogelijkheid is om het onderzoek te vergoeden. De school zou dit kunnen verzorgen. Dit gebeurt bijvoorbeeld al bij de VoorleesExpress. Door de taalbarrière kan het lastig zijn voor gezinnen om zelf bij dit soort organisaties uit te komen. Daarnaast moeten ouders via de school over de mogelijkheid van second opinions worden ingelicht, zodat het mogelijk is voor ouders om zelf hun kind aan te melden als ze het idee hebben dat de school hier tekortschiet. Beide routes moeten worden vergoed. Op deze manier kan los van de achtergrond, buurt en opleidingsniveau van ouders gekeken worden naar de talenten van het kind.

Deze column is geschreven door Eline Erdmann, Psycholoog Kind & Jeugd bij De Testpsycholoog

Woke cultuur: een positieve ontwikkeling of vragen om meer polarisatie?

Woke cultuur: een positieve ontwikkeling of vragen om meer polarisatie?

Afbeelding door: Lot Benjamins

Tegenwoordig wordt het in bepaalde groepen heel normaal of zelfs noodzakelijk gevonden om ‘woke’ te zijn. Woke zijn betekent dat iemand bewust is van maatschappelijke ongelijkheid en hier verandering in probeert te brengen. Je eigen privileges herkennen, racisme aankaarten, een intersectionele bril opzetten, allemaal woke. Maar waar komt dit fenomeen vandaan? En waarom is er zoveel kritiek op? Zijn woke mensen wereldverbeteraars of zorgen ze voor meer polarisatie?

De term woke werd voor het eerst in z’n huidige betekenis gebruikt in 2008 in het liedje Master Teacher van Erykah Badu: “Even though you go through struggle and strife to keep a healthy life, I stay woke”. Later werd het door de Black Lives Matter beweging ingezet toen Michael Brown in 2014 door een witte politieagent werd doodgeschoten. Woke werd gebruikt door mensen van kleur om elkaar te motiveren alert te blijven. In de jaren daarna verloor de term zijn raciale betekenis en werd het opgepikt door steeds meer mensen. Het kwam voor in liedjes, series, podcasts, noem maar op. Veel mensen aan de linkerkant van de politieke schaal beschouwen zichzelf nu als woke. Dat zie ik ook veel terug in mijn eigen omgeving.

De kritiek op woke cultuur 

Dat de term nu mainstream is geworden, betekent ook dat er steeds meer kritiek op komt. Critici menen dat mensen te snel afgeschreven worden als ze niet woke genoeg zijn. Dat wordt ook wel cancel cultuur genoemd. Want wie bepaalt of de grens van woke naar niet-woke wordt overschreden? En ook al is een opmerking wel duidelijk verkeerd, heeft het zin om iemand te cancelen? Is dat niet vragen om meer polarisatie? Valentijn de Hingh schrijft in een stuk in de Correspondent over waarom die probeert compassie te hebben voor zowel de gecancelde als degene die cancelt: “Het is een woede [van activisten] die ik begrijp, maar die me ook beangstigt. Want hoe hoger de gemoederen tussen […] activisten en [de gecancelde groep] oplopen, hoe verder we van een oplossing verwijderd raken”.

De benadering van Valentijn wordt door veel mensen gedeeld, ook door bijvoorbeeld oud Amerikaans president Barack Obama. Hij is van mening dat het geen activisme is als je alleen maar veroordelende klappen aan het uitdelen bent op Twitter. En misschien hebben zij tot op zekere hoogte ook wel gelijk. Is het proportioneel dat iemand wordt ontslagen omdat diegene een liedje heeft meegezongen waar het n-woord in voorkomt? Of om iemand die voor hetzelfde vecht als jij te cancelen vanwege een detail waar je het niet over eens bent? Misschien niet. Toch denk ik dat we moeten oppassen met doen alsof dit soort voorbeelden de gehele woke beweging omschrijven. Zo wordt de echte betekenis ervan namelijk uit het oog verloren.

De essentie van woke cultuur

Zoals Damon Young aangeeft in de New York Times: “Admittedly, woke’s current iteration has been earned. It became a thing you can accessorize like a hoodie. But to be woke, essentially, is to recognize and reject the damage power inflicts on the most vulnerable.” Want dat is waar woke cultuur echt om gaat: weten wie er aan de macht zijn en begrijpen wat voor invloed dit heeft op de samenleving. Met wie houden machthebbers rekening? Wordt er aan alle groepen in de samenleving gedacht?

Sociale media hebben de mogelijkheid geboden om met veel meer verschillende mensen te praten over dit soort vraagstukken, om van veel meer mensen hun meningen en ervaringen te horen. Hierdoor waren groepen die nooit een stem hadden, opeens in staat om hun zegje te doen voor een veel groter publiek. Denk aan de ‘Me too’ beweging, die ervoor zorgde dat talloze vrouwen* eindelijk naar buiten kwamen met hun verhaal over seksueel overschrijdend gedrag dat ze hadden meegemaakt. Of aan de organisatie Black Lives Matter, die enorm groeide in bekendheid na de moord op George Floyd en heel veel mensen van kleur hun eigen ervaringen met racisme deelden.

Door op deze manier van elkaars ervaringen te leren, ontdekten mensen hun eigen blinde vlekken en kwamen ze steeds vaker op voor de meest achtergestelde groepen in de samenleving. Zo kon er druk worden gezet op mensen in machtsposities om ook naar de ervaringen van deze mensen te luisteren en hier rekening mee te houden. Daarnaast was er nu ook een manier om de macht verantwoordelijk te houden voor hun daden, namelijk door ze te cancelen, ofwel massaal aan te spreken op hun gedrag. Voorbeelden zijn Kevin Spacey en Harvey Weinstein, twee mannen die jarenlang hun macht misbruikten in de vorm van seksueel geweld. Of J.K. Rowling, de vrouw die openlijk transfoob is maar toch nog steeds een succesvolle carrière heeft. Of het bedrijf Shell dat eindelijk onder druk werd gezet om hun rol in de klimaatcrisis te erkennen.

Op wie richt je je pijlen?

Het ligt er dus aan wie er gecanceld wordt en waarom dit gebeurt. Iemand in een machtspositie mag meer kritiek verwachten dan een willekeurig persoon. Hoe meer invloed je hebt, hoe groter de consequenties van je gedrag zijn. Jarenlang hebben machtige mensen en bedrijven hun gang kunnen gaan zonder verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor hun acties. Dat zij door onder andere de woke beweging eindelijk een keer worden aangesproken op hun bewuste én onbewuste fouten lijkt mij een goede zaak. Maar we moeten er dus wel voor zorgen dat we onze pijlen ook daadwerkelijk op de macht richten, en niet lukraak om ons heen schieten.

Uiteindelijk is de woke beweging dus het gevolg van steeds meer stemmen die gehoord worden. Het is niet zo gek dat er hierdoor meer verschillen aan het licht komen. Mensen moeten wennen aan geluiden die ze nooit eerder hebben gehoord. Dat is een kwestie van tijd. Neem deze tijd dus ook om naar elkaar te luisteren. Niemand heeft alle kennis in pacht, dus wees empathisch voor blinde vlekken van anderen. En schiet zelf ook niet meteen in de verdediging bij kritiek, maar erken dat ook jij blinde vlekken hebt. Op deze manier kunnen we hopelijk samen zorgen voor positieve verandering in plaats van tegenover elkaar komen te staan terwijl we dezelfde problemen hebben. Zoek uit wat de woke beweging en andere nieuwe vormen van het debat betekenen en hoe we van elkaar kunnen leren. Dit zal ons uiteindelijk weer dichter bij elkaar brengen.

Zo oefen je invloed uit op de politiek!

Zo oefen je invloed uit op de politiek!

Politiek – niet iedereen vindt het interessant genoeg om zich ermee te bemoeien, maar tegelijkertijd bemoeit de politiek zich wel altijd met jou. In de politiek worden namelijk dingen bepaald die gelden voor heel de samenleving en dus ook voor jouw leven! Denk bijvoorbeeld aan: hoeveel kost het onderwijs, waar worden nieuwe jongerenwoningen gebouwd, en hoe hoog is het minimumloon? Ook worden er plannen gemaakt om klimaatverandering tegen te gaan, racisme te stoppen en iedereen gelijke kansen te geven.

Reden genoeg dus om deze belangrijke keuzes niet helemaal alleen over te laten aan de politiek. In een gezonde democratie doen burgers actief mee, ook buiten het stemhokje. Als burgers proberen om invloed uit te oefenen op de politiek, noemen we dat lobbyen. Dat kan bijvoorbeeld met een petitie of een demonstratie. Ook organisaties en bedrijven doen aan lobbyen. Vooral grote, rijke bedrijven kunnen dat heel goed. Daardoor worden burgers vaak minder goed gehoord. Dat geldt zeker voor jongeren, want jongeren zijn ook al niet goed vertegenwoordigd in de politiek zelf. De belangen van jongeren worden daardoor sneller genegeerd. Maar als meer jongeren en andere burgers meedoen met lobbyen, kunnen we ervoor zorgen dat onze belangen serieuzer worden genomen in de politiek.

Als je politieke invloed hebt, dan betekent dat dat je ervoor zorgt dat er in de politiek iets gebeurt wat zonder jouw invloed niet was gebeurd. Zo kan je er bijvoorbeeld voor zorgen dat een bepaald onderwerp of probleem op de politieke agenda komt te staan. De politieke agenda is alles waarover de politiek nu nadenkt: moet er iets veranderen, of niet? En zo ja, wat dan, en hoe? Een tijdje terug sprak de politiek bijvoorbeeld niet vaak over racisme, maar sinds de Black Lives Matter-protesten vorig jaar zijn politici eraan herinnerd dat racisme een groot probleem is.

Meestal zie je niet direct het resultaat van jouw gelobby. En vaak komt er pas verandering nadat er op veel verschillende manieren en door verschillende partijen invloed is uitgeoefend. Des te belangrijker dus dat zoveel mogelijk burgers van zich laten horen! Maar hoe doe je dat, politieke invloed uitoefenen

1. Sluit je aan bij een politieke jongerenorganisatie en -partij

Steeds minder mensen zijn lid van een politieke partij. Dat is jammer, want een politieke partij is een vereniging en dat betekent dat de leden de baas zijn. Op een congres bepalen de leden de koers van de partij. Leden stemmen over allerlei zaken, zoals wat de standpunten van de partij zijn en wie welke taak op zich mag nemen binnen de partij.

Politieke partijen kunnen altijd nieuwe vrijwilligers gebruiken. Zo kun je je bijvoorbeeld aansluiten bij werkgroepen. Dit zijn groepen leden die zich bezighouden met een bepaald inhoudelijk onderwerp, zoals onderwijs of economie. Werkgroepen geven daarover vaak advies aan het partijbestuur. Verder kun je actief worden bij je lokale afdeling. Een afdeling is één of meer gemeentes. Hier worden regelmatig activiteiten georganiseerd en kun je soms ook helpen bij de organisatie daarvan. En natuurlijk kun je helpen met campagne voeren wanneer er verkiezingen zijn!

Weet je niet goed hoe je actief kan worden bij een partij of bij een lokale afdeling? Neem gewoon contact op om te vragen wat allemaal mogelijk is! En weet je nog niet goed welke partij het beste bij jou past? Ook als je nog geen lid bent ben je vaak welkom om langs te komen en de sfeer te proeven. Sommige mensen zijn bovendien gewoon lid van meerdere partijen tegelijk!

Politieke partijen hebben vaak ook een politieke jongerenorganisatie (PJO). Dit is meestal een onafhankelijke organisatie die verwant is aan de ‘moederpartij’. Door die onafhankelijkheid kan een PJO kritisch zijn op de moederpartij en zo invloed uitoefenen. Ook zijn politieke jongerenorganisaties dé plek om je politiek te ontwikkelen en nieuwe mensen te ontmoeten. PJO’s doen ook veel aan lobbyen, bijvoorbeeld voor jongerenthema’s.

2. …Of een andere non-profitorganisatie!

Veel non-profitorganisaties houden zich (deels) bezig met het uitoefenen van druk op de politiek. Als lid van zo’n organisatie kan jij daar ook een rol bij spelen. Je helpt dan bijvoorbeeld met het opzetten van een actie of een evenement.

Sommige organisaties hebben weer een aparte jongerentak. Goede voorbeelden zijn FNV Young & United van de vakbond FNV en Jongeren Milieu Actief (JMA) van Milieudefensie. Als jongerenclub kan je invloed uitoefenen op je moederpartij of op het maatschappelijke debat in het algemeen. Je zegt dan eigenlijk: “kijk, wij jongeren vinden dit belangrijk, luister naar ons!”

3. Doe mee aan jongerenprogramma’s…

De Nederlandse overheid hecht er veel waarde aan dat jongeren meedoen aan de politiek. Sommige gemeentes hebben jongerenprogramma’s opgezet, zoals een jongerenraad of een jongerenburgemeester. Op landelijk niveau heb je jongerenambassadeurs. Ook bij de Nationale Jeugdraad (NJR) kan je jongerenvertegenwoordiger worden. Dat is vaak op Europees of internationaal niveau. Via zulke programma’s kun je de stem van jongeren vertolken naar de ‘grotemensenpolitiek’.

4. …Of spreek je volksvertegenwoordigers aan!

Misschien wil je simpelweg een bepaald probleem aankaarten, zonder je direct aan te sluiten bij een organisatie of programma. Volksvertegenwoordigers zijn beter bereikbaar dan je zou verwachten. Je kan politici altijd mailen (of bellen of twitteren) om jouw ideeën door te geven. Het is dan met name belangrijk om goed voor ogen te hebben wie de juiste persoon is om te benaderen. Op de website van politieke partijen is vaak te vinden welke persoon over welke ‘portefeuille’ gaat. Een portefeuille is een bepaald onderwerp waarvoor die persoon verantwoordelijk is. Daarbij is het ook belangrijk om een goed en precies voorstel te doen. Dan heb je de meeste kans dat een volksvertegenwoordiger met jouw voorstel aan de slag gaat.

Ook is het mogelijk om op lokaal niveau ‘in te spreken’. Je krijgt dan de mogelijkheid om een paar minuten je zegje te doen tijdens een vergadering over een bepaald onderwerp. Benieuwd hoe dat gaat? Vergaderingen worden meestal opgenomen en zijn online terug te vinden op de website van jouw gemeente

5. Dien een burgerverzoek in bij de volksvertegenwoordiging

Burgers hebben het recht om een verzoek in te dienen bij bijvoorbeeld de gemeenteraad of de Tweede Kamer. Het bekendste type verzoek is het burgerinitiatief. Hiermee zet je een bepaald voorstel letterlijk op de politieke agenda, want de politiek is dan verplicht om erover te praten met elkaar en hierover een besluit te nemen. Daarvoor heb je wel een minimum aantal handtekeningen nodig. Voor de Tweede Kamer gaat het om 40.000 handtekeningen.

6. Doe aan activisme!

Activisme doe je op veel verschillende manieren. Je kan een ludieke actie of een demonstratie organiseren, maar ook een petitie starten. Op deze manier vraag je aandacht voor een bepaald probleem. Zo kunnen volksvertegenwoordigers zien wat er speelt onder burgers. Meer over activisme lees je in ons artikel Rebelleren kan je leren.

7. Kruip in de pen

Door jouw mening of voorstel op te schrijven kan je meedoen aan het publieke debat. Denk bijvoorbeeld aan een opiniestuk in de krant, maar ook een bericht op Twitter. Geschreven tekst kan ervoor zorgen dat je andere mensen weet te overtuigen. Ook kun je brieven schrijven aan politici en bestuurders. Bij een open brief publiceer je zo’n brief in de krant.

8. En natuurlijk: ga stemmen op 17 maart 2021 (en roep al je vrienden op!)

De volgende verkiezingen zijn de Tweede Kamerverkiezingen op 17 maart 2021. De opkomst onder jongeren is altijd relatief laag. Maar: elke stem telt! Het is dus super belangrijk dat iedereen op 17 maart naar de stembus gaat. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen beslissen we over de koers van Nederland voor de komende vier jaar.

Weet je nog niet wat je wil stemmen? Luister dan naar de afleveringen van de podcast KiesAdvies. Of lees het boek Waarom je niet zomaar moet stemmen waar je ouders op stemmen van Titia Hoogendoorn (van de podcast Polititia) en Nienke Schuitemaker.

En verder…

Gouden tip: hou altijd in je achterhoofd dat maar weinig jongeren politiek actief zijn en dat mensen in de grotemensenpolitiek het dus fantastisch vinden als jonge mensen zich willen inzetten voor de politiek. Enerzijds kan je gaan merken dat oudere mensen je minder serieus nemen als je jong bent, maar anderzijds kan je vaak nét wat meer maken dan wat van een volwassene verwacht wordt. Met jouw originele, pittige jongerenmening kan je er juist voor zorgen dat het debat verschuift. Maak gebruik van die luxepositie als jongere: trek de stoute schoenen aan en laat zien dat je je in wil zetten, want voor je het weet kom je op steeds betere plekken om jouw stem te laten horen.

En daarnaast: blijf goed op de hoogte van wat er speelt in de wereld. Handig: volg via sociale media een aantal nieuwskanalen, dan verschijnt al het belangrijke nieuws vanzelf in je timeline. Politiek gaat soms enorm langzaam en soms juist razendsnel. Wanneer je goed geïnformeerd bent, voel je beter aan hoe je kan inspelen op wat er gebeurt in de politiek. Uiteindelijk is politiek een spel waar je steeds beter in kan worden. En als je goed bent in politiek bedrijven, zal je merken dat jouw invloed groter wordt.

Wat stem jij tijdens de verkiezingen? Iris en Isa geven KiesAdvies!

Wat stem jij tijdens de verkiezingen? Iris en Isa geven KiesAdvies!

Isa en Iris (23) zijn twee studenten uit Rotterdam, boezemvriendinnen én collega’s in de podcast business. Samen maken ze de podcast KiesAdvies, waar ze het gesprek aangaan met jongerenorganisaties van politieke partijen. Zo maken ze podcast luisterend Nederland wegwijs in de politieke jungle van Nederland. Super handig, want de volgende Tweede Kamerverkiezingen staan alweer voor de deur!

Wat is KiesAdvies en waarom zijn jullie hiermee begonnen?

Iris: “KiesAdvies is een podcast voor jongeren – en door jongeren, want we zijn zelf ook nog jong! – om meer jongeren geïnteresseerd te krijgen in de politiek, of in ieder geval geïnformeerd voor de Tweede Kamerverkiezingen. We willen ervoor zorgen dat jongeren door onze podcast straks bewust gaan stemmen. Zelf hadden we namelijk altijd een beetje het probleem dat we nooit veel wijzer werden uit kieswijzers…”

Isa: “…maar tegelijkertijd ook geen tijd en energie hadden om ons helemaal goed in te lezen. En ook niet echt een idee waar te beginnen.”

Iris: “Zoals de meeste jongeren! Want wij hebben het sowieso al kei druk met studeren, en werken, en dan is het nogal wat om even een verkiezingsprogramma van 60 pagina’s van 10 partijen te lezen!”

Isa: “We willen politiek heel toegankelijk maken door alle partijen makkelijk op een rijtje te zetten, en ook wat zij specifiek voor jongeren kunnen betekenen. En omdat we het dus vooral voor jongeren doen, leek het ons ook leuk om in de podcast jonge mensen te interviewen die heel politiek betrokken zijn. Toen kwamen we uit bij politieke jongerenorganisaties. Zo’n politieke jongerenorganisatie is weer verbonden aan een politieke partij.”

Hoe zijn jullie zelf geïnteresseerd geraakt in politiek?

Isa: “Ik ben kort geleden heel geïnteresseerd geraakt in politiek. Ik vind het heel erg belangrijk om te stemmen, maar ik wist nooit echt wát ik dan moest stemmen.”

Iris: “Mijn ouders vinden politiek wel heel belangrijk, maar het was ook nooit echt zo dat we politieke discussies voerden aan de keukentafel. Sinds de middelbare school praatte ik er wel over met over met onze vriendinnengroep…”

Isa: “…en dat vond ik toen altijd doodvermoeiend! Dat is nu wel heel anders…Eigenlijk is dat heel geleidelijk gegaan. Pas toen ik mocht gaan stemmen ging ik me er echt een beetje in verdiepen. Maar ik denk dat die discussies in onze vriendinnengroep het ook wel hebben aangewakkerd!”

Iris: “Op de middelbare school kon ik me best wel druk maken om wat er in de wereld allemaal gebeurde. Toen dacht ik al: er is maar één manier waarop we dingen kunnen veranderen, en dat is jongeren de politiek in krijgen! Jongeren zijn blijkbaar toch veel idealistischer.”

Wat hopen jullie met KiesAdvies te bereiken?

Iris: “Dat luisteraars door onze podcast het gevoel hebben dat ze weten waarop ze moeten stemmen.”

Isa: “Ik hoor nu al mensen om me heen zeggen dat ze ieder jaar stemmen uit gewoonte, maar er door onze podcast beter over gaan nadenken! En het is ook een leuke manier om vooroordelen uit de lucht te halen. Zo hebben wij al geleerd dat het CDA, een christendemocratische partij, helemaal niet zo veel over religie gaat. Christendemocratie is meer een politieke filosofie.”

Iris: “Ik hoop ook dat we politiek iets minder stoffig kunnen maken. Want dat is het beeld dat jongeren er vaak van hebben. Andere politieke podcasts gaan bovendien al snel de diepte in. Of het gaat over de huidige politieke ontwikkelingen. Het gaat niet echt over de algemene verschillen tussen partijen.”

Isa: “Dat misten we zelf ook een beetje. Toen ik meer wilde weten over politiek, ging ik allerlei politieke podcasts luisteren. Ik dacht: ik weet nu wel wat er gebeurt in de politiek, maar het helpt me niet echt bij wat ik straks moet stemmen!”

Waarom hebben jullie de podcast gekozen om jullie doelen na te streven?

Iris: “Podcasts zijn nu sowieso heel erg hip onder jongeren.”

Isa: “Ja, en het is laagdrempelig om te maken. Je kan best makkelijk een eigen podcast beginnen. We gebruiken daarnaast ook Instagram, bijvoorbeeld om stellingen of samenvattingen te delen. Daar willen we eigenlijk nog wel meer mee doen.”

Iris: “We hopen ook juist jongeren te bereiken die misschien niet heel erg geïnteresseerd zijn in de politiek nog.”

Maar hoe begin je nou een eigen podcast?!

Isa: “We zijn begonnen met veel dingen uit te zoeken. Hoe je moet opnemen, hoe je dingen bewerkt, hoe je zorgt dat je geen gekke galm hebt…. Ook hebben we eerst zelf veel gelezen en opgezocht over politiek. Onze eerste aflevering gaat over de basics van de politiek. Dat vond ik heel chill, want mijn politieke basiskennis was er hiervoor ook gewoon echt niet.”

Iris: “En we hebben nagedacht over wat we precies wilden met die interviews.”

Isa: “We zijn een avondje samen gaan zitten en hebben toen een plan bedacht. Daarna zijn we gewoon aan de slag gegaan!”

Wat is het advies dat jullie willen meegeven aan de lezers van PIPA Mag?

Iris: “Lees je in, of laat je ‘inlezen’ door mensen zoals wij! En: praat erover met mensen in je omgeving.”

Isa: “En als je een tof idee hebt waarvan je denkt, hier kan ik mensen mee helpen: ga het gewoon doen! Wij hadden ook geen ervaring of spullen voordat we aan deze podcast begonnen, maar we zijn het gewoon gaan doen. Je kunt meer dan je denkt. Ga je dromen achterna!”

Meer weten over KiesAdvies? Volg @KiesAdviesDePodcast op Instagram en luister de podcast via Spotify, Apple Podcasts of Google Podcast.

Beste feministen, lid zijn van de vakbond is geen luxe

Beste feministen, lid zijn van de vakbond is geen luxe

Toen ik als 18-jarige lid werd van de vakbond, wist ik nog niet waarom het zo belangrijk is om hier als jonge vrouw bij aangesloten te zijn. Twee jaar later inmiddels weet ik: de vakbond is een feministische kwestie. Vanaf het moment dat vakbonden werden opgericht, zijn ze enorm belangrijk geweest voor de emancipatie van alle werkende mensen. Maar helaas zijn de afgelopen dertig jaar steeds minder mensen lid geworden van de vakbond. Wie wordt hierdoor geraakt? Iedereen, maar de witte cis hetero man het minst.

Een kleine geschiedenisles

De vakbond is een organisatie die de rechten van werknemers beschermt en verbetert, maar het is ook een beweging van miljoenen mensen die staan voor vooruitgang. De eerste vakbonden ontstonden tijdens de Industriële Revolutie. In 1894 werd de eerste moderne socialistische bond in Nederland opgericht door een fusie van vier bonden die een succesvolle staking voor loonsverhoging hadden gewonnen: de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB).

In Engeland steeg het aantal vrouwelijke vakbondsleden van 37 duizend in 1886 naar 358 duizend in 1914. In Parijs zorgden vakbondsvrouwen in 1871 voor de eerste basis van de Franse verzorgingsstaat, wat onlosmakelijk verbonden was met de rechten van werknemers. In 1890 in Duitsland verschijnt Clara Zetkin’s politieke publicatie “De Gelijkheid”, dat pleit voor stemrecht, geen discriminatie van vrouwen, politieke participatie, gratis onderwijs, afschaffing van avondwerk, een 8-urige werkdag en het verbieden van kinderarbeid. Kopenhagen was in 1910 het toneel voor de Tweede Conferentie van Socialistische vrouwen, waar mensen van 17 verschillende landen samen kwamen. Hier werd voor het eerst Internationale Vrouwendag uitgeroepen. Later werd besloten dat Internationale Vrouwendag op 8 maart moest plaatsvinden, vanwege de Februarirevolutie die in 1917 in Rusland uitbrak. De eerste jaren van de Russische Revolutie waren baanbrekend voor het proces van vrouwenemancipatie. Er is geen andere historische gebeurtenis die vrouwen zoveel vrijheid, waardigheid, volledige burgerschap en invloed gaf.

De vakbond en emancipatie vandaag

De vakbond strijdt voor veel zaken die essentieel zijn voor gelijkheid, zoals het dichten van de loonkloof en een goed minimumloon. Een onderzoek uit Amerika (National Women’s Law Center) toonde aan dat de loonkloof bij sectoren met veel vakbondsleden kleiner was dan bij sectoren met weinig vakbondsleden. De FNV, de grootste vakbond in Nederland, voert nu een campagne #Voor14 om het minimumloon te verhogen naar 14 euro. Juist de loonkloof zorgt ervoor dat vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen vaker het minimumloon betaald krijgen.

Ook verhoogt de vakbond de toegang tot gezondheid en zorg. Zo pleit de vakbond ten alle tijden dat werkomstandigheden niet schadelijk mogen zijn voor de gezondheid. Maar net zo belangrijk: voortplantingsrechten. Dankzij de vakbond is er zwangerschapsverlof en verschillende rechten die je als zwanger persoon mag eisen. De crux in Nederland blijft dat mannen maar vijf dagen zwangerschapsverlof op mogen vragen. We hebben nog een weg te gaan, maar als de vakbond niet blijft strijden, wie wel?

Een 40-urige werkweek, vakantiedagen, betaald ziek zijn, parttime werken, ouderschapsverlof, weekend, pauzes. Zonder vakbond zouden al deze dingen niet bestaan. Juist deze rechten zijn belangrijk geweest voor vrouwen om ook toe te treden tot de betaalde arbeidsmarkt. Maar het is nog niet genoeg. Een kortere werkweek voor iedereen zou zorgen voor een eerlijkere verdeling van ouderschapstaken tussen mannen en vrouwen, tijd voor sport, hobby en familie en het verbeteren van de levenskwaliteit. Ook zorgt de kortere werkweek voor meer banen, omdat iedereen wat minder tijd gaat werken. Daarnaast zou de arbeidsmarkt toegankelijker worden voor iedereen die niet 40 uur per week kan werken. Met 20-30 uur werken per week zou iedereen rond moeten komen.

Elk jaar sluit de vakbond een contract met werkgevers: een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Dit is een schriftelijke overeenkomst waarin arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd tussen werkgever(s) en werknemers. Als een sector veel vakbondsleden heeft, kan de vakbond heel veel afdwingen in een cao. In de laatste jaren zie je dat er veel herrie wordt gemaakt door o.a. de schoonmaaksector, onderwijsbond en zorgsector zijn. Dit zijn sectoren die grotendeels bestaan uit vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen. Doordat deze sectoren campagne voeren, zich organiseren op de werkvloer en media aandacht trekken kan de vakbond in de cao onderhandelingen zeggen: “Kijk, zoveel van jullie werknemers willen dit!” Lid zijn van de vakbond is dus geen luxe, maar een noodzaak.

De vakbond blijft ontwikkelen

De vakbond is nog niet altijd even inclusief en geweldig. Om ervoor te zorgen dat de vakbond zich blijft ontwikkelen, moet er nog veel gebeuren. Op dit moment vergrijst de vakbond heel snel. Al tientallen jaren worden veel mensen niet meer lid en dat is te merken. De feministische groep binnen de vakbond is vaak van middelbare leeftijd en er ontbreekt een groep jonge feministen om mee samen te werken. Om je als jonge feminist aan te sluiten bij deze groep zogenaamde ‘derde golf feministen’ is niet aantrekkelijk. Jonge feministen dragen een intersectionele bril waarmee ze de wereld inkijken. Een vakbond kan niet blijven bestaan als jongeren met vernieuwende ideeën en frisse blikken niet meedenken.

Door jongeren is de rol van de vakbond langzaam aan het veranderen. De vakbond heeft in de jaren na de oorlog de rol vervuld bij het sluiten van deals, het helpen oplossen van conflicten op de werkvloer en het verenigen van mensen. Maar deze rollen sluiten niet meer aan bij de behoeften van jongeren die beginnen aan hun werkende leven. Jongeren snakken naar systeemverandering, en langzaam maar zeker begint de vakbond te zien dat ook zijzelf moet veranderen.

Jongeren komen met heel veel onzekerheid op de arbeidsmarkt terecht. De klimaatcrisis, coronacrisis, woningmarktcrisis en de flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn grote zorgen. De vakbond kan niet strijden voor jongeren en hun idealen als jongeren niet lid zijn. Maar als jongeren wel lid zijn zie je dat de vakbond veel voor hen kan betekenen. Een paar jaar terug hebben jongeren in de vakbond ervoor gezorgd dat het minimumjeugdloon van 23 jaar naar 21 jaar ging. En op dit moment vechten de jongeren van de FNV samen met de Landelijke Studentenbond voor schuldenvrij studeren met de campagne #NietMijnSchuld. Allemaal terwijl de jongerentak van de FNV echt één van de kleinste fracties in de organisatie is.

De jongerencommunity FNV Young & United werkt niet alleen aan het lid maken van jongeren, maar zorgt er ook voor dat jongeren belangrijke posities innemen binnen de vakbond. Twee jaar geleden was ik de enige vrouw die kandidaat was voor het jongerenbestuur en slechts 1 van de 2 vrouwen in het actieve kader. Dit jaar zijn dat er heel veel meer en daardoor verandert ook het narratief.

Er zijn tientallen feministische vakbondsvrouwen de weg voorgegaan. Het is tijd dat een nieuwe generatie feministen invloed gaan uitoefenen op de koers van de vakbond. Dat is noodzakelijk om de komende jaren de basis te leggen voor een toekomst waar intersectionaliteit de kern van is. Beleid door en voor vrouwen begint bij actief meedoen.

Je kan lid worden van de FNV via https://www.youngandunited.nl/lidworden#/

Als lid kun je actief meedenken over het beleid, meedoen in de campagnes die wij voeren en trainingen volgen!

Geschreven door Alina Danii Bijl (20), Secretaris FNV Young & United en Women’s March Nederland lead organizer.

Is het klimaatdebat wel een debat?

Is het klimaatdebat wel een debat?

97-98% van alle klimaatwetenschappers is het eens: in de laatste jaren warmt de aarde te veel op en de mens is daar voor een groot deel verantwoordelijk voor. [1] Het is ook nog eens zo dat de wetenschappers in deze groep meer kennis hebben over klimaatverandering dan de 2-3% die niet in deze groep zitten.[2] De wetenschap is dus duidelijk: de mens heeft een klimaatcrisis veroorzaakt. Maar als de wetenschap één lijn trekt, waarom bestaat er dan zoveel twijfel en kritiek in de samenleving?

De klimaatcrisis

De Verenigde Naties (VN) heeft een organisatie opgericht waar honderden experts wetenschappelijk onderzoek op het gebied van klimaatverandering bekijken. Deze organisatie heet het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) of in het Nederlands: de Intergouvernementele Werkgroep inzake Klimaatverandering. De conclusies van het IPCC kunnen samengevat worden in vier punten:[3]

  1. De opwarming van de aarde laat sinds de industriële revolutie een extreme stijging zien in de gemiddelde temperaturen wereldwijd
  2. Dit is voor een deel veroorzaakt door broeikasgassen die worden uitgestoten door de mens (zie figuur 1)
  3. Deze extreme opwarming zorgt voor problemen voor ecosystemen en de mensheid
  4. De uitstoot van broeikasgassen moet omlaag om toekomstige schade te beperken

Het IPCC is onzeker over hoe snel en met welke omvang deze uitstoot omlaag moet, maar doet wel voorspellingen op basis van modellen, die gemaakt zijn door klimaatwetenschappers van over de hele wereld. Hieruit blijkt dat de uitstoot in 2030 met ongeveer 49% en in 2050 met 95% gedaald moet zijn ten opzichte van 1990.

Klimaatontkenners en -optimisten

Ondanks het feit dat de wetenschap dus één lijn trekt, zijn er toch nog genoeg mensen die denken dat klimaatverandering geen serieus probleem is. Hieronder zie je per regio welk deel van de bevolking klimaatverandering serieus neemt. Het valt op dat de grootste uitstoter (China) klimaatverandering het minst serieus neemt. Als iedereen samen wordt genomen, vindt maar ongeveer de helft klimaatverandering een serieus probleem.

Regio Klimaatverandering is een serieus probleem Klimaatverandering is op dit moment al schadelijk voor mensen Ik maak me erge zorgen over de schade die klimaatverandering mij kan toebrengen
Afrika 61% 52% 61%
Latijns-Amerika 74% 77% 63%
Europa 54% 60% 27%
Azië 45% 48% 37%
Midden-Oosten 38% 26% 27%
De Verenigde Staten 45% 41% 30%
China 18% 49% 15%
Totaal 54% 51% 40%

De groep mensen die klimaatverandering niet serieus neemt kan opgedeeld worden in klimaatontkenners en klimaatoptimisten. De eerste groep ontkent in z’n geheel de invloed van de mens op het klimaat. Zij zeggen dat er helemaal geen sprake is van een abnormale verandering van het klimaat en dat er dus geen enkel probleem is (of ze dit nou zelf geloven of niet). Tot deze groep behoren (vrijwel) geen wetenschappers, maar vooral mensen die

  1. geloven in complottheorieën;
  2. niet willen dat klimaatverandering door de mens komt en het daarom ontkennen;
  3. alles ontkennen wat niet overeenkomt met hun wereldbeeld of politieke overtuiging;
  4. verward zijn door het feit dat de wetenschap soms van conclusie kan veranderen en het hierdoor ongeloofwaardig vinden;
  5. ergens bij willen horen of
  6. belang hebben bij het uitstoten van broeikasgassen, zoals bedrijven die hier geld mee verdienen.

De tweede groep zegt dat de mens wel invloed heeft op het klimaat, maar dat deze invloed niet zo erg is als het IPCC zegt. Bij de klimaatoptimisten zitten wel wetenschappers (maar dit is dus maar 2-3%) en deze zijn het voor een groot deel eens met de conclusies van het IPCC. Zij gebruiken de onzekerheid over de noodzaak en omvang van de klimaatcrisis alleen als reden om te zeggen dat het allemaal wel meevalt. Zij vinden dat we de klimaatcrisis geen crisis moeten noemen, als we niet zeker weten of dit wel echt zo is. Maar, onzekerheid wordt hier verward met onwetendheid. We weten namelijk wél dat de klimaatcrisis heel dringend is (op basis van de klimaatmodellen), alleen niet hoe dringend (voorspellingen zijn nooit 100% zeker). De vraag is dus niet óf we iets aan klimaatverandering moeten doen, maar wát we eraan moeten doen.

De rol van de media

De media is een belangrijke bron van informatie voor veel mensen. Aan de ene kant is het natuurlijk goed dat mensen over onderwerpen als klimaatverandering kunnen leren en elkaar kunnen helpen via (sociale) media. Maar hier zitten ook gevaren aan. Er is namelijk sprake van een valse balans, oftewel false balance. In Amerika wordt bijvoorbeeld vaak één klimaatwetenschapper tegenover één klimaatontkenner of -optimist gezet als het gaat over klimaatverandering. Op deze manier lijkt het voor mensen alsof deze tegengestelde meningen even veel kans hebben om waar te zijn. Dit klopt natuurlijk eigenlijk niet, want die kansen zijn dus eerder 97-98% tegenover 3-2%.

Deze valse balans in Amerika heeft ook invloed op Nederland. Door sociale media zien mensen bijvoorbeeld vaak video’s uit andere landen. Foutieve informatie wordt op deze manier snel over de wereld verspreid. En als je eenmaal foutieve informatie bekijkt op sociale media, krijg je dit steeds vaker aangeraden. Hiernaast krijgen in Nederland klimaatontkenners en -optimisten ook tijd op TV. De media vinden het nou eenmaal fijn om ‘alternatieve’ meningen uit te zenden, omdat dit meer kijkcijfers oplevert.

We moeten wat doen!

Van de wetenschap hebben we dus geleerd dat de aarde opwarmt door de mens en dat we hier wat aan moeten doen. Als we niks doen zullen er namelijk natuurrampen ontstaan en hele ecosystemen zullen verdwijnen. Als gevolg hiervan zullen er miljoenen mensen moeten vluchten en zullen er onvermijdelijk mensen sterven. Sterker nog, dit is in bepaalde delen van de wereld al begonnen. De Wereldgezondheidsorganisatie schrijft nu al minimaal 150.000 doden per jaar toe aan klimaatverandering en dit getal stijgt.[4] Dat we niet weten hoe snel dit zal stijgen, betekent niet dat we moeten afwachten. Als je wazig zicht hebt in je auto ga je toch ook langzamer rijden voor de zekerheid?

Het goede nieuws is: we kunnen wat doen! We hebben de technologische middelen om een duurzame transitie mogelijk te maken. Deze worden alleen nu onvoldoende ingezet. Klimaatgroepen als Fridays for Future roepen de overheid op deze technologie in te zetten en wel nu! Roep jij mee?


 [1] https://www.pnas.org/content/early/2010/06/04/1003187107

[2] https://www.pnas.org/content/107/27/12107.short

[3] https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0959378016305209?casa_token=sOA4hWuHhpUAAAAA:t1n1JLhpZlguntdyR4gFVsvGKFQ7JX4IDLhTre1yn2Qdv2xs_aB9X6ybTRgZ6_jXYjAOOrA9aIA

[4] https://www.who.int/heli/risks/climate/climatechange/en/