Kansenongelijkheid in het onderwijs: het belang van toegankelijke second opinions

Kansenongelijkheid in het onderwijs: het belang van toegankelijke second opinions

Schoolsucces wordt niet alleen bepaald door de talenten en capaciteiten van een kind. In het onderwijs is de kansenongelijkheid enorm. In onder andere de documentaireserie Klassen wordt dit ook voor het grote publiek pijnlijk in kaart gebracht. Het is schrijnend om te zien dat vanuit de wieg al wordt bepaald waar een kind uiteindelijk terechtkomt. Verschillende factoren spelen hierbij een rol, zoals het opleidings- en taalniveau van de ouders en de buurt waar het kind opgroeit.

Het bewustzijn over dit probleem lijkt de laatste jaren te groeien waardoor vele mooie initiatieven tot stand komen, zoals de VoorleesExpress. Hierin wordt aan de taalachterstand van kinderen gewerkt door middel van voorlezen. Ook lijken er politici, waaronder Marjolijn Moorman, vol passie op zoek te zijn naar meerdere verklaringen van en oplossingen voor deze kansenongelijkheid. Ligt het aan het schooladvies dat al op 11-jarige leeftijd wordt gegeven? Kan het verklaard worden vanuit onbewuste vooroordelen van leerkrachten? Zo’n groot probleem vergt een aanpak op verschillende niveaus.

Zelf werk ik met veel plezier als kinderpsycholoog bij een organisatie die zich inzet voor kinderen die door verschillende redenen vastlopen op school. Veel van het werk wat wij doen wordt vergoed, waarbij school vaak de aanmelder is. Ook ouders melden zich regelmatig via de huisarts aan voor breed onderzoek naar de ontwikkeling van hun kind. Door middel van het afnemen van verschillende cognitieve taken en sociaal-emotionele testen kunnen wij goed in kaart brengen wat de sterke kanten zijn van een kind en waar mogelijk een verklaring ligt voor het vastlopen op school. Daarbij nemen wij ook intelligentie onderzoeken af wanneer er bij het kind vermoedens zijn van overvraging of ondervraging in de klas. 

Echter, voor een klein deel doen wij ook onderzoek wat volledig bekostigd wordt door ouders. Vrijwel altijd gaat het dan om second opinions. Dit houdt in dat ouders zich niet kunnen vinden in het schooladvies dat de leerkracht heeft gegeven voor de middelbare school. Wij geven een eigen schooladvies op basis van het intelligentieonderzoek en er kan een uitgebreide analyse worden gemaakt van de capaciteiten van een kind. De daadwerkelijke potentie van een kind wordt op deze manier zo objectief mogelijk gemeten. Niet altijd, maar regelmatig is ons schooladvies wat hoger dan het gegeven schooladvies van school. Dit kan komen door een onderschatting van een leerkracht. Vaak wordt ook gezien dat het kind onderpresteert op de tussentijdse CITO toetsen, door bijvoorbeeld moeite met concentratie of faalangst. Ouders kunnen hiermee dan in gesprek gaan met de leerkracht, waardoor het schooladvies kan worden bijgesteld.

Ondanks dat dit een klein onderdeel is van onze werkzaamheden, houdt het mij wel bezig. Aangezien deze vormen van onderzoeken namelijk niet ‘noodzakelijk’ zijn, worden deze dus ook niet vergoed. Af en toe krijg ik dus ook de vraag vanuit mijn omgeving: ‘Draag je met zo’n second opinion dan niet bij aan de kansenongelijkheid?’. Ik begrijp deze vraag volledig. Ouders betalen er flink voor en dit is natuurlijk niet voor ieder gezin weggelegd. Ik snap wel dat ouders die deze mogelijkheid hebben hier gebruik van maken. De (meeste) ouders willen het beste voor hun kind en zien hierin een weg om hen te helpen op het juiste schoolniveau te komen. Ik zie mezelf hetzelfde doen wanneer ik later het idee heb dat mijn kind niet het juiste advies krijgt. Maar ergens knaagt het natuurlijk wel. Naast dat deze ouders het kunnen betalen, zijn deze ouders ook op de hoogte van dat het verkrijgen van een second opinion überhaupt een optie is. Daarbij is de dienst die wij aanbieden een gevolg van het huidige schoolsysteem. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om serieus na te denken over langetermijnoplossingen voor belangrijke grondoorzaken van kansenongelijkheid, zoals economische ongelijkheid. Door mijn werk zie ik waar de knelpunten zitten en vind ik het van heel groot belang dat er nu écht actie wordt ondernomen.  

Tot die tijd lijkt het mij veel eerlijker als een second opinion voor iedereen beschikbaar zou zijn. Dit kan alleen als er voor elk gezin waar getwijfeld wordt aan het gekregen advies van een kind de mogelijkheid is om het onderzoek te vergoeden. De school zou dit kunnen verzorgen. Dit gebeurt bijvoorbeeld al bij de VoorleesExpress. Door de taalbarrière kan het lastig zijn voor gezinnen om zelf bij dit soort organisaties uit te komen. Daarnaast moeten ouders via de school over de mogelijkheid van second opinions worden ingelicht, zodat het mogelijk is voor ouders om zelf hun kind aan te melden als ze het idee hebben dat de school hier tekortschiet. Beide routes moeten worden vergoed. Op deze manier kan los van de achtergrond, buurt en opleidingsniveau van ouders gekeken worden naar de talenten van het kind.

Deze column is geschreven door Eline Erdmann, Psycholoog Kind & Jeugd bij De Testpsycholoog

Mondkapjes maken communicatie moeilijk voor mensen met een auditieve beperking

Mondkapjes maken communicatie moeilijk voor mensen met een auditieve beperking

Afbeelding door: Bridget Moore van Handsome Girl Designs, insta: @handsomegirldesigns

Voor de meeste mensen is het dragen van een mondkapje in 2020 een aanpassing geweest. Het is iets waar je aan moet denken als je de deur uitgaat, waar je het een beetje benauwd van krijgt, en wat wellicht voelt als een beperking van je vrijheid. Voor sommige mensen brengen de standaard mondkapjes grotere moeilijkheden met zich mee. Van een paniekaanval krijgen door minder goed te kunnen ademen, tot volledig overprikkeld raken, tot anderen nauwelijks meer kunnen verstaan door de ontbrekende non-verbale communicatie. Dit artikel gaat in op het laatste: standaard mondkapjes kunnen een groot obstakel vormen voor mensen met een auditieve beperking.

Spraakafzien

In Nederland zijn ongeveer 1,5 miljoen dove en slechthorende mensen. De frequenties waarop onze spraak te horen is, zijn bij hen vaak aangetast. Om het verminderde gehoor te ondersteunen, zijn vele dove en slechthorende mensen afhankelijk van spraakafzien. Dit betekent dat je de bewegingen van de lippen, maar ook gezichtsuitdrukking en andere non-verbale communicatie gebruikt om te verstaan wat er gezegd wordt. De informatie die je ziet en die je hoort vullen elkaar aan, om zo een geheel te vormen. Het zal per persoon verschillen hoeveel iemand uit geluid kan halen en hoeveel iemand afhankelijk is van spraakafzien. Maar het kost altijd extra energie om van die verschillende puzzelstukjes een lopend verhaal te maken. Denk maar eens aan een van de vele videobelletjes die de meesten van ons de laatste tijd hebben gevoerd, waarin het gesprek haperde en je probeerde soep te koken van wat er gezegd werd. Je mist informatie, en je moet je daardoor meer inspannen om erbij te blijven. Voor iemand die slechthorend is dat aan de orde van de dag.

Non-verbale communicatie valt weg door mondkapjes

De anderhalvemetersamenleving (hét woord van het jaar 2020) maakte het al lastiger om anderen goed te kunnen verstaan door de grotere afstand. Voor mensen die gehoorapparaten gebruiken, houdt het bereik daarvan vaak ook op na anderhalve meter. De niet-transparante mondkapjes maakten het nog veel ingewikkelder: een groot deel van de cruciale non-verbale communicatie wordt hierdoor geblokkeerd. Het wel of niet zien van de mond kan het verschil maken tussen meekomen in een gesprek of er niets van meekrijgen. Het lastige is dat dit niet beperkt blijft tot de eigen kringen: ook mensen die voor iedereen verstaanbaar moeten zijn, zoals mensen in service posities, zijn door niet-transparante mondkapjes vaak ontoegankelijk.

Vanuit organisaties, overheden en de media was hier aanvankelijk heel weinig aandacht voor. Ergens ook begrijpelijk in een crisissituatie: er gebeurt zoveel en je kunt niet aan iedereen tegelijk denken. Toch deelt een crisis geen gelijke klappen uit, en worden bestaande ongelijkheden vaak juist duidelijker zichtbaar. Validisme (discriminatie van mensen met een fysieke of mentale beperking) viert hoogtij door de discussies of het beschermen van mensen met een kwetsbare gezondheid de economie, of bijvoorbeeld de gemiste zomervakanties, wel waard zijn. Inmiddels zijn er al wel wat stappen gezet: zo is er een uitzondering op de mondkapjesplicht als daar medische redenen voor zijn.

Afbeelding van: VGT Leren vzw 

Transparante mondkapjes

Een alternatief voor de niet-transparante mondkapjes, is het venstermasker. Dit masker heeft een transparant venster van plastic waardoor spraakafzien grotendeels mogelijk blijft. Door het venster in te smeren met bijvoorbeeld afwasmiddel, beslaat het niet. Het zal niet voor iedereen en niet in elke situatie een oplossing zijn, maar voor veel mensen kan dit het verschil maken. In België werd al in het voorjaar van 2020 een patroon voor een venstermondkapje goedgekeurd door virologen, maar Nederland bleef achter. Ook werden vanuit België de eerste venstermondkapjes machinaal geproduceerd, terwijl wij het tijdens de eerste golf nog moesten doen met (moeilijk verkrijgbare) handgemaakte mondkapjes. Niet alleen transparante alternatieven voor mondkapjes bleven achter, maar ook de communicatie over de obstakels die mondkapjes met zich meebrengen. (Officiële) berichtgeving over mogelijke communicatieproblemen kan al een heel eind helpen om te zorgen dat werkgevers, collega’s en mensen in service posities zich meer bewust zijn van de obstakels van niet-transparante mondkapjes.

Validisme en empowerment

Een kenmerk van validisme kan zijn dat de verantwoordelijkheid om zich aan te passen (bijna) volledig bij de persoon met de beperking wordt gelegd. Denk bijvoorbeeld aan dat het normaal wordt gevonden dat een persoon die gebruik maakt van een rolstoel een paar haltes verder moet reizen met het openbaar vervoer, in plaats van dat alle haltes gewoon toegankelijk zijn voor iedereen. Ook bij de mondkapjes ligt de aanpassing vaak volledig bij de persoon met de beperking. Terwijl je ook zou kunnen denken: iedereen heeft recht op belangrijke informatie, dus die informatie moet toegankelijk overgebracht worden. Of dat nou informatie van een conducteur, zorgmedewerker of docent is. Een mogelijke oplossing zoals een venstermondkapje wordt daardoor ook al snel gezien als iets voor dove of slechthorende mensen om te regelen, waar een goedhorend persoon weinig mee te maken heeft. Maar het gaat er juist om dat mensen om hen heen en de services die zij gebruiken toegankelijk zijn.

Natuurlijk passen mensen met een beperking zichzelf heel veel aan. Zij weten immers het beste wat zij nodig hebben, en hebben al geleerd om zich dag in dag uit aan te passen. Mensen met auditieve beperkingen dragen soms mondkapjes met een ‘ik hoor niet (goed)’ symbool om het zichtbaar te maken. Of ze typen wat ze willen zeggen op hun telefoon en laten dat zien om een bestelling in een winkel te doen. Er zijn ook mensen met een (auditieve) beperking die het liever niet hebben over validisme en aanpassingen die nodig zijn in de maatschappij. Mensen met een beperking worden namelijk vaak onterecht in een slachtofferrol geplaatst en hun capaciteiten worden vaak te laag ingeschat. Dat kan een reden te zijn om meer aandacht te besteden aan de veerkracht en empowerment van mensen met een (auditieve) beperking, en juist te laten zien wat allemaal nog wel kan. Ik denk dat het allebei belangrijk is: aandacht schenken aan alle krachten van mensen met een (auditieve) beperking, maar ook aan de manieren waarop de maatschappij nog onvoldoende toegankelijk is.

Met bewustwording komen we al een heel eind. Mocht je willen overwegen om een venstermondkapje te dragen om toegankelijk te zijn voor mensen die je tegenkomt: ze zijn steeds meer verkrijgbaar, bijvoorbeeld bij de Blokker. Of maak er zelf een via het eerder genoemde patroon: https://maakjemondmasker.be/pdf/venstermasker-latest.pdf. Bonus: je ziet elkaar lachen!

Geschreven door Judith Austin, promovenda positieve- en gezondheidspsychologie, mens met gehoorverlies. De afbeelding hiernaast is een portret van Judith door Bridget Moore van Handsome Girl Designs, insta: @handsomegirldesigns.

Een idyllische broedplaats in Amsterdam

Een idyllische broedplaats in Amsterdam

Aan de Korte Papaverweg in Amsterdam-Noord ligt een bijzondere plek verscholen. Een voor auto’s doodlopende weg leidt tot een idyllische broedplaats van 40 creatieve, duurzame en sociale ondernemers. Ook zit er een café en een hotel op het water. Deze plek is in Amsterdam beter bekend als ‘De Ceuvel’. Tot mijn grote genoegen wilde eigenaar Gideon Loerakker, die recentelijk restaurant De Ceuvel heeft overgenomen, mij op een zonnige woensdagmiddag meer vertellen over deze unieke plek.

Het ideaal van De Ceuvel

De Ceuvel ligt op een plek waar vroeger een industrieterrein lag. De grond is sindsdien vervuild geraakt met vier verschillende stoffen. In 2012 gaf de gemeente Amsterdam de grond voor tien jaar te leen. Het doel van De Ceuvel is om de grond schoner achter te laten dan toen ze er kwamen. Hiervoor gebruiken ze onder andere zuiverende planten en proberen ze zo circulair mogelijk te zijn. Als iets circulair gedaan wordt, houdt dat in dat je probeert zoveel mogelijk producten en grondstoffen her te gebruiken; vaak om zo weinig mogelijk afval te produceren. Nu, zeven jaar later, zijn twee stoffen al minder aanwezig in de grond. Zo zie je hoe je niet altijd een menselijke hand nodig hebt. De natuur heeft een sterke zelfherstellende kracht in zich! In principe loopt de termijn over drie jaar af, maar De Ceuvel is al vanaf het begin aan het nadenken over “wat hierna?”. Op dit moment geldt nog steeds het tienjarig contract van de gemeente, maar De Ceuvel wil er wel voor strijden om langer te kunnen blijven. Hier zijn ze vanaf het begin al mee bezig. Zo is bijvoorbeeld ook een oud-stadsdeelvoorzitter betrokken bij het voortbestaan van De Ceuvel.

Een nieuwe blik op duurzaamheid

 Door de coronacrisis zijn er onzekere tijden aangebroken voor De Ceuvel. Het café is nu tijdelijk dicht. Het leven op De Ceuvel loopt daardoor even wat anders dan normaal, maar ze staan niet voor niets bekend om hun creativiteit. Zo houden ze bijvoorbeeld (kerst)markten. Ook hebben ze aan het begin van de coronacrisis onderdak geboden aan meer dan 60 jongens, de ‘Mandela Kids’. Deze jongens zijn gevlucht uit hun land van herkomst, vooral uit Gambia en Nigeria. Nu zijn ze ongedocumenteerd, wat betekent dat zij (nog) geen verblijfspapieren hebben. In Nederland hebben ze daarom geen recht op onderdak en eten. Inmiddels zijn de jongens weer weg, maar komen sommigen van hen nog af en toe langs, voor de gezelligheid of om mee te helpen. Een deel van de jongens zit nu in een asielzoekerscentrum en een ander deel is terug naar Italië gegaan, waar ze een grotere kans op een verblijfsvergunning hebben dan in Nederland. Deze tijd met de Mandela Kids was ook een manier voor De Ceuvel om hun eigen situatie beter te begrijpen en te bepalen wat ze willen. Ik vond het bijzonder en waardevol om te horen dat De Ceuvel ook in coronatijd hun ruimte op een positieve manier gebruikt heeft.

De Ceuvel is veel bezig met duurzaamheid. Wat is duurzaamheid precies? Het woord ‘duurzaamheid’ roept (in mijn ogen) met name de laatste jaren alleen maar meer vragen op. Is biologisch eten per definitie beter dan je niet-biologische levensmiddelen, of kun je toch beter rechtstreeks naar de boer? Wie wil ik helpen met mijn aankoop, de mens of de natuur? Het zijn allemaal vragen waar ik nu geen antwoord op kan en ga geven, maar waar De Ceuvel veel over nadenkt bij alle keuzes die ze maken. Ze proberen hier steeds beter in te worden. Door het project rondom de Mandela Kids, heeft De Ceuvel bijvoorbeeld ook een nieuwe blik op duurzaamheid gekregen. Duurzaamheid kan namelijk ook sociaal zijn en hoeft niet alleen maar over de natuur te gaan. Voor hen is het vooral belangrijk om het bedrijf en hun doel van ‘duurzaamheid’ zo goed mogelijk te combineren, zodat beide ervan profiteren.

Keuvelen op De Ceuvel

Zonder publiek geen Café de Ceuvel, maar wie komen dan op De Ceuvel af? Je ziet vooral mensen die zich al bewust zijn van duurzaamheid en het leuk vinden om hier hun duurzame ‘uitje’ te houden. In de zomer watertrappelen in het water en de dag afsluiten met een heerlijke maaltijd en een lokaal biertje, daar komen ze voor. Iedereen is meer dan welkom, maar het is dus niet per se een plek die gemaakt is om andere mensen te ‘bekeren’ tot de duurzaamheid, maar een plek waar je evenveel, al dan niet meer, kunt genieten van het (duurzame) leven.

De 40 ondernemers die gevestigd zitten bij De Ceuvel, zitten daar niet zomaar. Er zijn specifieke regels waaraan een bedrijf moet voldoen als zij zich hier willen vestigen. De plekken zijn heel gewild en staan eigenlijk nooit leeg, maar het is altijd het proberen waard! Als je je afvraagt wie er zitten, kun je op de website een kijkje nemen. Misschien dat je een van de ondernemers zelfs bekend voorkomt. Een recent toegetreden ondernemer is bijvoorbeeld milieuactivist Lena Hartog.

Als je zelf een duurzaam bedrijfje hebt of deze ooit wil oprichten, dan is dat misschien even goed nadenken, maar er zijn wat basisregels die je moet onthouden. Het valt niet te ontkennen dat duurzaamheid in het leven van de mens een steeds grotere rol gaat spelen, dus dat zit in ieder geval al goed. Gideon heeft vanuit eigen ervaring de tip gegeven om vooral je doel voor ogen te houden en telkens kritisch te blijven kijken met jezelf of met je team waar je naartoe streeft. Kijk met een blik naar de toekomst vanuit waar je nu staat en probeer het proces ernaartoe niet over te slaan. Bovendien: doe wat jij leuk vindt, dan zullen (meestal) andere mensen deze passie met jou delen!

Kiete Schmitt is 19 jaar oud, eerstejaarsstudent Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en voorzitter van DWARS Amsterdam, een lokale afdeling van de jongerenorganisatie van GroenLinks. Verder houdt Kiete van fotografie, muziek en wandelen door een (leuke) stad.

 

 

 

 

 

 

Beste feministen, lid zijn van de vakbond is geen luxe

Beste feministen, lid zijn van de vakbond is geen luxe

Toen ik als 18-jarige lid werd van de vakbond, wist ik nog niet waarom het zo belangrijk is om hier als jonge vrouw bij aangesloten te zijn. Twee jaar later inmiddels weet ik: de vakbond is een feministische kwestie. Vanaf het moment dat vakbonden werden opgericht, zijn ze enorm belangrijk geweest voor de emancipatie van alle werkende mensen. Maar helaas zijn de afgelopen dertig jaar steeds minder mensen lid geworden van de vakbond. Wie wordt hierdoor geraakt? Iedereen, maar de witte cis hetero man het minst.

Een kleine geschiedenisles

De vakbond is een organisatie die de rechten van werknemers beschermt en verbetert, maar het is ook een beweging van miljoenen mensen die staan voor vooruitgang. De eerste vakbonden ontstonden tijdens de Industriële Revolutie. In 1894 werd de eerste moderne socialistische bond in Nederland opgericht door een fusie van vier bonden die een succesvolle staking voor loonsverhoging hadden gewonnen: de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB).

In Engeland steeg het aantal vrouwelijke vakbondsleden van 37 duizend in 1886 naar 358 duizend in 1914. In Parijs zorgden vakbondsvrouwen in 1871 voor de eerste basis van de Franse verzorgingsstaat, wat onlosmakelijk verbonden was met de rechten van werknemers. In 1890 in Duitsland verschijnt Clara Zetkin’s politieke publicatie “De Gelijkheid”, dat pleit voor stemrecht, geen discriminatie van vrouwen, politieke participatie, gratis onderwijs, afschaffing van avondwerk, een 8-urige werkdag en het verbieden van kinderarbeid. Kopenhagen was in 1910 het toneel voor de Tweede Conferentie van Socialistische vrouwen, waar mensen van 17 verschillende landen samen kwamen. Hier werd voor het eerst Internationale Vrouwendag uitgeroepen. Later werd besloten dat Internationale Vrouwendag op 8 maart moest plaatsvinden, vanwege de Februarirevolutie die in 1917 in Rusland uitbrak. De eerste jaren van de Russische Revolutie waren baanbrekend voor het proces van vrouwenemancipatie. Er is geen andere historische gebeurtenis die vrouwen zoveel vrijheid, waardigheid, volledige burgerschap en invloed gaf.

De vakbond en emancipatie vandaag

De vakbond strijdt voor veel zaken die essentieel zijn voor gelijkheid, zoals het dichten van de loonkloof en een goed minimumloon. Een onderzoek uit Amerika (National Women’s Law Center) toonde aan dat de loonkloof bij sectoren met veel vakbondsleden kleiner was dan bij sectoren met weinig vakbondsleden. De FNV, de grootste vakbond in Nederland, voert nu een campagne #Voor14 om het minimumloon te verhogen naar 14 euro. Juist de loonkloof zorgt ervoor dat vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen vaker het minimumloon betaald krijgen.

Ook verhoogt de vakbond de toegang tot gezondheid en zorg. Zo pleit de vakbond ten alle tijden dat werkomstandigheden niet schadelijk mogen zijn voor de gezondheid. Maar net zo belangrijk: voortplantingsrechten. Dankzij de vakbond is er zwangerschapsverlof en verschillende rechten die je als zwanger persoon mag eisen. De crux in Nederland blijft dat mannen maar vijf dagen zwangerschapsverlof op mogen vragen. We hebben nog een weg te gaan, maar als de vakbond niet blijft strijden, wie wel?

Een 40-urige werkweek, vakantiedagen, betaald ziek zijn, parttime werken, ouderschapsverlof, weekend, pauzes. Zonder vakbond zouden al deze dingen niet bestaan. Juist deze rechten zijn belangrijk geweest voor vrouwen om ook toe te treden tot de betaalde arbeidsmarkt. Maar het is nog niet genoeg. Een kortere werkweek voor iedereen zou zorgen voor een eerlijkere verdeling van ouderschapstaken tussen mannen en vrouwen, tijd voor sport, hobby en familie en het verbeteren van de levenskwaliteit. Ook zorgt de kortere werkweek voor meer banen, omdat iedereen wat minder tijd gaat werken. Daarnaast zou de arbeidsmarkt toegankelijker worden voor iedereen die niet 40 uur per week kan werken. Met 20-30 uur werken per week zou iedereen rond moeten komen.

Elk jaar sluit de vakbond een contract met werkgevers: een collectieve arbeidsovereenkomst (cao). Dit is een schriftelijke overeenkomst waarin arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd tussen werkgever(s) en werknemers. Als een sector veel vakbondsleden heeft, kan de vakbond heel veel afdwingen in een cao. In de laatste jaren zie je dat er veel herrie wordt gemaakt door o.a. de schoonmaaksector, onderwijsbond en zorgsector zijn. Dit zijn sectoren die grotendeels bestaan uit vrouwen en andere gemarginaliseerde groepen. Doordat deze sectoren campagne voeren, zich organiseren op de werkvloer en media aandacht trekken kan de vakbond in de cao onderhandelingen zeggen: “Kijk, zoveel van jullie werknemers willen dit!” Lid zijn van de vakbond is dus geen luxe, maar een noodzaak.

De vakbond blijft ontwikkelen

De vakbond is nog niet altijd even inclusief en geweldig. Om ervoor te zorgen dat de vakbond zich blijft ontwikkelen, moet er nog veel gebeuren. Op dit moment vergrijst de vakbond heel snel. Al tientallen jaren worden veel mensen niet meer lid en dat is te merken. De feministische groep binnen de vakbond is vaak van middelbare leeftijd en er ontbreekt een groep jonge feministen om mee samen te werken. Om je als jonge feminist aan te sluiten bij deze groep zogenaamde ‘derde golf feministen’ is niet aantrekkelijk. Jonge feministen dragen een intersectionele bril waarmee ze de wereld inkijken. Een vakbond kan niet blijven bestaan als jongeren met vernieuwende ideeën en frisse blikken niet meedenken.

Door jongeren is de rol van de vakbond langzaam aan het veranderen. De vakbond heeft in de jaren na de oorlog de rol vervuld bij het sluiten van deals, het helpen oplossen van conflicten op de werkvloer en het verenigen van mensen. Maar deze rollen sluiten niet meer aan bij de behoeften van jongeren die beginnen aan hun werkende leven. Jongeren snakken naar systeemverandering, en langzaam maar zeker begint de vakbond te zien dat ook zijzelf moet veranderen.

Jongeren komen met heel veel onzekerheid op de arbeidsmarkt terecht. De klimaatcrisis, coronacrisis, woningmarktcrisis en de flexibilisering van de arbeidsmarkt zijn grote zorgen. De vakbond kan niet strijden voor jongeren en hun idealen als jongeren niet lid zijn. Maar als jongeren wel lid zijn zie je dat de vakbond veel voor hen kan betekenen. Een paar jaar terug hebben jongeren in de vakbond ervoor gezorgd dat het minimumjeugdloon van 23 jaar naar 21 jaar ging. En op dit moment vechten de jongeren van de FNV samen met de Landelijke Studentenbond voor schuldenvrij studeren met de campagne #NietMijnSchuld. Allemaal terwijl de jongerentak van de FNV echt één van de kleinste fracties in de organisatie is.

De jongerencommunity FNV Young & United werkt niet alleen aan het lid maken van jongeren, maar zorgt er ook voor dat jongeren belangrijke posities innemen binnen de vakbond. Twee jaar geleden was ik de enige vrouw die kandidaat was voor het jongerenbestuur en slechts 1 van de 2 vrouwen in het actieve kader. Dit jaar zijn dat er heel veel meer en daardoor verandert ook het narratief.

Er zijn tientallen feministische vakbondsvrouwen de weg voorgegaan. Het is tijd dat een nieuwe generatie feministen invloed gaan uitoefenen op de koers van de vakbond. Dat is noodzakelijk om de komende jaren de basis te leggen voor een toekomst waar intersectionaliteit de kern van is. Beleid door en voor vrouwen begint bij actief meedoen.

Je kan lid worden van de FNV via https://www.youngandunited.nl/lidworden#/

Als lid kun je actief meedenken over het beleid, meedoen in de campagnes die wij voeren en trainingen volgen!

Geschreven door Alina Danii Bijl (20), Secretaris FNV Young & United en Women’s March Nederland lead organizer.

Seks is meer dan alleen seks

Seks is meer dan alleen seks

Afbeelding door: Lot Benjamins

Afgelopen Valentijnsdag organiseerde dierentuin Artis een lezing over liefde en seks in de natuur (Valentijn onder de sterren). Iedereen lag op zitzakken en keek naar het koepelvormige plafond van het planetarium waarop allerlei plaatjes werden geprojecteerd. Een spreker luidde het onderwerp ‘geslachtsdelen’ in door een schematische weergave van een clitoris te laten zien. Hij zei: ‘Wie weet wat dit is, moet zijn hand opsteken. Niet voorzeggen!’ Zoals hij waarschijnlijk had voorzien, staken alle vrouwen hun hand op. Van de mannen slechts een enkeling.

Volgens seksuologe Ellen Laan is het eerste schoolboek waarin de clitoris als volledig orgaan is weergegeven pas in 2020 uitgegeven. Wat leerden kinderen dan vóór 2020? Ik heb mijn 15-jarige nichtje gevraagd hoe voorlichting er bij haar op school aan toeging. Ze zegt dat de focus op zwangerschap, soa’s en anticonceptie lag – precies zoals het bij mij in de tweede klas ook ging. Dat was in 2011. Wat mij is bijgebleven is dat condooms leuk zijn om op te blazen, en dat je géén gonorroe wilt. Alles wat niet aan bod is gekomen tijdens de biologieles hebben mijn klasgenoten en ik zelf moeten ontdekken of opzoeken op het internet. En als tiener kan het verwarrend of zelfs vervelend zijn als je denkt dat porno is hoe seks hoort te gaan, of als je niet begrijpt wat – en hoe belangrijk consent (‘toestemming’) is. Overigens was ‘plezier’ geen besproken onderwerp, laat staan vrouwelijk plezier.

Ik kan me herinneren dat er in de derde klas een organisatie op bezoek kwam om ons te leren debatteren. Als eindproject van deze lessen hielden we een debat over een door de organisatie gekozen onderwerp: homoseksualiteit. Wij moesten toen debatteren tegen een andere school die hetzelfde lespakket had gevolgd. Dit resulteerde in een hakkelend debat in het Parooltheater, waarbij mijn school was ingedeeld als de voorstander van homoseksualiteit, terwijl de andere, tevens religieuze school de tegenstander speelde. Wat ik toen niet besefte is dat wij als veertienjarigen debatteerden over een onveranderbare geaardheid van een hoop mensen. Terwijl aan onze klas werd geleerd hoe we moesten beargumenteren dat homoseksualiteit oké is, leerden onze tegenstanders dus om te beargumenteren dat homoseksueel zijn slecht en onnatuurlijk is. De zogenaamd eerlijke weergave van twee tegengestelde meningen over homoseksualiteit creëerde juist ruimte voor discriminatie.

Met andere woorden: seksuele voorlichting is nog niet wat het moet zijn, en dat kan nadelig zijn voor de seksuele ontwikkeling. Wat moet er veranderd worden, en hoe? Ten eerste kan voorlichting breder worden getrokken. Seks is veel meer dan voortplanting en soa’s. Seks omvat ook geaardheid, genderidentiteit, plezier, relaties, verliefdheid, emoties, opwinding, pornografie, naaktfoto’s, consent, en zo meer. Door het bespreekbaar maken van al deze onderwerpen wordt seks genormaliseerd, en wordt het ook makkelijker grenzen aan te geven of misvattingen op te klaren. Seks in de breedste zin van het woord zie je bijvoorbeeld terug in de sekslessen van de organisatie IFMSA-NL voor basisscholen (“Tienerwijs”) en middelbare scholen (“Het Voorspel”). Scholen kunnen nu zelf kiezen of ze deze voorlichting in de klas willen hebben. Idealiter wordt zulke voorlichting overal verplicht.

Ten tweede kan seksuele voorlichting veel eerder gegeven worden dan op de middelbare school. In mijn leerjaar was een aanzienlijk deel van de leerlingen seksueel actief, verliefd, ongesteld of op enige manier bezig met seks of puberteit vóórdat we voorlichting kregen. Seksuele voorlichting kan nooit te jong gegeven worden, zegt seksuologe en schrijfster Sanderijn van der Doef, zolang je het doet op een manier die bij de leeftijd past. Volgens haar is het belangrijk om seks en seksualiteit van jongs af aan te normaliseren. Dit wordt bevestigd door kenniscentrum Rutgers: seksuele voorlichting kan aangepast worden op elke leeftijd. Deze raad van Rutgers is het kloppend hart van IFMSA-NL Tienerwijs, verantwoordelijk voor voorlichting aan groep 7 en 8. Zelf geef ik zulke lessen en aan de kinderen is te merken dat ze geïnteresseerd zijn. Nieuwsgierig en leergierig ook. Soms zelfs dankbaar.

Al met al is er vooruitgang te zien in de seksuele voorlichting in Nederland. Hoewel we er nog niet zijn, gaat het de goede kant op. Voorlichting kan breder, en eerder gegeven worden. Homoseksualiteit moet niet bediscussieerd, maar besproken worden. Ieder kan zijn of haar steentje bijdragen. Seksuologen zoals Ellen Laan en Sanderijn van der Doef geven lezingen, schrijven boeken en delen hun kennis. Rutgers verschaft Tienerwijs en Het Voorspel informatie, en de lessen helpen kinderen seks te begrijpen en zich seksueel te ontwikkelen. Artis leert haar bezoekers over seks en liefde aan de hand van de natuur. En ik schrijf deze column, in de hoop om de animo voor betere seksuele voorlichting aan te wakkeren.

Deze column is geschreven door Ella Nieuwenhuijzen, bestuurslid extern bij SCORA-NL, commissielid en aankomend voorzitter van Tienerwijs Amsterdam en zelf ook voorlichter op basisscholen